Aankoopprotocol bij invoer fokvee geen overbodige luxe

In de moderne rundveehouderij is het belang van het voeren van een doorgedreven bioveiligheids- beleid op bedrijfsniveau cruciaal voor het garanderen van de optimale diergezondheid en goede bedrijfseconomische resultaten. Insleep van besmettelijke ziekten van buiten het bedrijf kunnen immers een grote impact met ernstige gevolgen op lange termijn hebben.

Een van de belangrijkste oorzaken van insleep van infectieuze ziekten is immers het aankopen van nieuwe runderen. Daarom is het belangrijk om als bedrijfsleider samen met de bedrijfsdierenarts bij aankoop van dieren (uit binnen- en buitenland) een strategie op te stellen om het risico op insleep van ziekten zo klein mogelijk te houden.

Voorafgaandelijk garanties
Als koper is het belangrijk op voorhand de nodige garanties te eisen van de verkoper en deze de nodige attesten te laten voorleggen dat de dieren vrij zijn van IBR, BVD, paratuberculose en neospora alvorens de koop afgesloten wordt. Zorg bovendien als koper ook dat je een onderhandse overeenkomst kan afsluiten met de verkoper, zeker als het over een invoer uit het buitenland gaat, dat hij de dieren ‘terugneemt’ of ‘vergoedt’ indien deze dieren na aankomst en bloedonderzoek toch positief blijken te testen op 1 van de 4 belangrijke ziektes. De wet op de koopvernietiging voor BVD, paratuberculose en neospora is immers enkel nationale wetgeving en kan dus niet ingeroepen worden bij invoer uit het buitenland.

Verplicht aankooponderzoek
Let er als koper op dat het transport rechtstreeks gebeurt en in optimale omstandigheden. Plaats de dieren bij aankomst op het bedrijf in quarantaine. Deze quarantaine is van groot belang in het voorkomen van insleep en dient in de mate van het mogelijke zo efficiënt mogelijk doorgevoerd te worden. Dieren kunnen pas toegevoegd worden aan de eigen kudde als de resultaten van alle aankooponderzoeken gunstig zijn. Het verplicht aankooponderzoek bestaat uit een tuberculinatie uitgevoerd conform de norm en een algemene uitwendige gezondheidscheck, alsook een check van de identificatie van de dieren. Daarnaast kan er ook vrijwillig een bloedstaal genomen worden door de bedrijfsdierenarts waarop het aankoopprotocol kan aangevraagd worden in het labo van DGZ (voor Vlaanderen)of Arsia (voor Wallonië). Hoewel dit vrijwillig is , wordt dit aankoopprotocol toch beschouwd als een onmisbare tool in het bioveiligheidsbeleid . In dat ene bloedstaal worden namelijk naast IBR gE antistoffen ook BVD antigen, paratuberculose antistoffen en neospora antistoffen onderzocht. Bovendien wordt deze analysekost nog voor een belangrijk deel gesubsidieerd vanuit het Sanitair Fonds, waardoor je als koper maar een deel van de analysekost dient te betalen.

Uit algemene resultaten van analyses aankoopprotocol voor dieren ingevoerd uit Europese, brucellose-vrije landen uit voorgaande jaren bleek dat 0.6% positief was voor BVD antigen, 6 % positief voor IBR gE antistoffen, 0.7% voor paratuberculose antistoffen en zo’n 5% voor neospora antistoffen. Uit deze resultaten blijkt dat het gebruik van het aankoopprotocol bij invoer van fokrunderen zeker geen overbodige luxe is!