Interview Kobe Lannoo

“De aandacht voor het individuele dier verschuift almaar meer naar de algemene gezondheidstoestand van de hele veestapel”

Omdat hij niet de juiste mineralen en vitaminen vond om de veestapel van zijn klanten gezond te houden, ontwikkelde Kobe Lannoo , samen met drie andere collega’s dan maar zelf een formule. Het product Bovisel was geboren. Was het in eerste instantie de bedoeling om alles kleinschalig te houden en het eigen klantenbestand te voorzien, dan dwong het grote succes hen tot een koerswijziging. Omdat de ontwikkelaars het op logistiek vlak niet meer konden bolwerken gingen ze in zee met Dairy Vet Shops.

U bent een van de ontwikkelaars van Bovisel. Waarom en hoe is dat gebeurd?
Op een bepaald moment stelden we vast dat we in de rundveehouderijen regelmatig op hetzelfde botsten: een vermindering van de algemene weerstand en bij uitbreiding de hele gezondheid van de koeien en kalveren. Op het eerste zicht waren er zeer weinig oorzaken. Tot we aan de hand van serologische onderzoeken tot de vaststelling kwamen dat deze runderen zeer laag scoorden inzake zink, koper en selenium. Toen we deze mineralen wilden supplementeren, vonden we op de reguliere vitaminemarkt heel weinig producten die volgens ons kwalitatief goed genoeg waren.

U bent er dan zelf aan begonnen…
Inderdaad, samen met drie andere dierenartsen en onder begeleiding van Alltech zijn we op zoek gegaan naar de ideale formule en dat is Bovisel geworden. We hebben er de meest opneembare vormen van die mineralen ingestoken. Want er zijn wel 100 soorten selenium maar wij hebben geopteerd voor de meest kwalitatieve en opneembare soort. Dat geldt voor alle mineralen, trouwens. Toen we zeker waren dat we in onze eigen cliënteel, want dat was het oorspronkelijk opzet, genoeg afname zouden hebben, werd overgegaan tot het produceren. De resultaten volgden zeer snel. Er was een opmerkelijk verbetering in de algemene gezondheidstoestand van de kalveren en ook het vruchtbaarheidsniveau van de runderen nam toe. Snel volgde er interesse van DGZ en andere collega’s waardoor we besloten om het product te verdelen.

Het succes dreigde u boven het hoofd te groeien. Actie drong zich op.
Omdat wij alle vier onze eigen drukke praktijk hadden als dierenarts slaagden we er niet meer in om een en ander logistiek te klaren. Vandaar de samenwerking met Dairy Vet shops die veel sneller en efficiënter konden inspelen op de vraag. En het was een goede zet want de vraag blijft stijgen.

Er steekt ook een filosofie achter.
Je kan niet zomaar gaan leuren met Bovisel. Het vitamine- en mineralenverhaal is complexer dan dat. Je moet het in een groter geheel zien. In vele gevallen worden deze supplementen betrokken bij de meelleverancier. Wij brengen ons product aan de man via de dierenarts. Die heeft immers overzicht over het gehele bedrijf. Hij kan het toedienen van supplementen kaderen in het groter geheel van de gezondheidsstatus van het bedrijf. Een dierenarts is ook medisch geschoold en kan als dusdanig een meerwaarde bieden op dat vlak.

Hoort daar ook voedingsadvies bij?
Wij doen geen rantsoenberekening an sich maar hebben wel een andere kijk op de totaliteit. Wij interpreteren sommige bevindingen anders. De rol van de dierenarts beperkt zich niet (meer) tot het curatieve maar almaar meer evolueert hij tot adviseur met de taak het hele bedrijf gezond te houden. De rundveebedrijven worden hoe langer hoe groter en we stappen stilaan af van de behandeling van één dier naar een bedrijfsspecifieke aanpak op het vlak van preventie en gezondheid. En daar biedt een bedrijfsdierenarts een absolute meerwaarde.

Terug